Omschrijving

In de ClickerSkilled-leerlijn staan niet zozeer de oefeningen centraal, maar wel de ontwikkeling van de trainer met verschillende oefeningen. De trainer wordt beoordeeld op de progressie in de criteria van oefeningen die op dat moment voor het paard en de trainer geschikt en mogelijk zijn. Dit betekent dat de invulling van de oefeningen dus vooral door de student/trainer zelf bepaald worden (met uitzondering van de absolute basisoefeningen in ClickerSkilled 2 en 3), en dat de ontwikkeling in het opbouwen van duur, afstand, timing, helderheid van de cues, stimuluscontrole enz. daarin centraal staan.
Het zijn de trainingsvaardigheden van de trainer die belangrijk zijn, niet de uitvoering van de oefening door het paard.

Helemaal onderaan deze pagina vind je het assessmentformulier.
Hier betaal je voor de assessment.
Doe dat eerst! Je hebt je bestelnummer nodig vóór je je assessmentformulier kan verzenden.

Doel

Targetten, volgen en wachten worden weer een beetje beter, met wat extra criteria over gezond trainen en meer duur. We willen ook een paar basis-husbandry-oefeningen zien zoals halster omdoen en voeten geven. Voor clickerskilled 4 kijken we ook weer vooral naar de ontspanning van je paard en de manier van training.
In CS4 kies je ook je eerste vrije oefening! Kies je oefening in functie van waar je heen wil met je training op lange termijn, want de volgende clickerskilled-testen gaan je steeds vrijer laten in wat je traint.
Het is belangrijker hoe je traint dan wat je traint – maar als we een oefening echt niet zien op je filmpje, krijg je wel een onvoldoende.

Criteria

  • Leg uit bij de opmerkingen helemaal onderaan het assessmentformulier waarom er is gekozen voor het trainen op de betreffende locatie (bijv. binnenbak, poetsplek etc.) en hoe dit bijdraagt aan het creëren van een succesvolle en veilige leeromgeving
  • De trainer zorgt voor rust, waarbij het paard de oefeningen ontspannen kan uitvoeren.  
  • De trainer reikt de beloning met gestrekte arm aan en het paard neemt deze rustig aan
  • Elke basisoefening heeft een duidelijk onderscheidende cue en het paard begint pas met de oefening als de cue gegeven wordt
  • De trainer laat zien hoe hij/zij de trainingssessie beëindigt waarbij frustratie bij het paard wordt voorkomen (eindsignaal/eindritueel)

Concreet: dit willen we zien:

1. Targetten

  • We willen drie keer een targetoefening zien (bvb neus- of schoudertarget):
    – één waarbij het paard het gewicht op het linkervoorbeen heeft (zonder een pas te verzetten)
    – één waarbij het paard het gewicht op het rechtervoorbeen heeft (zonder een pas te verzetten)
    – één waarbij het paard het gewicht opnieuw evenredig verdeeld heeft over beide voorbenen na de vorige targets.
    Doel = weten hoe je je paard z’n gewicht kan doen verleggen.

2. Volgen

  • Trainer komt in beweging en paard loopt netjes mee. Je neemt samen met je paard een obstakel, dit mag over balkjes lopen zijn, dit mag een slalom zijn… keus is aan jou.
  • Je eindigt op het eindstation (mat/pion/…).
  • We willen de hele uitvoering 2 maal zien, 1 maal dat je paard links van je loopt en 1 maal rechts van je loopt.
  • Het paard blijft in dezelfde positie t.o.v. de trainer lopen.
  • Voorkeur heeft dat de target weggetraind is (mag nog ingezet worden indien nodig).

3. Wachten

  • Trainer en paard komen tot stilstand, waarbij het paard niet voorbij de trainer loopt, maar ontspannen blijft staan, naast de trainer.
    Eventueel herstelt het paard zich na het halthouden tot hij/zij op de juiste plaats staat.
  • Het paard is in staat om naast de trainer rustig, gedurende 3 seconden (tel in je hoofd een-en-twintig, twee-en-twintig, drie-en-twintig), te wachten tot de klik.

4. Achterwaarts

  • Het paard kan minimaal 4 ontspannen passen achterwaarts lopen zonder dat de trainer meegaat (= minimaal 4 voorvoeten die naar achter in beweging komen, is 4 maal een diagonaalpas).
    De uitvoering hoeft niet perfect maar hier gaan we al wel op letten: zet je paard de benen al netjes diagonaal, loopt je paard netjes in een spoor of zwalpen de achterbenen naar buiten? Worden de achterbenen netjes opgetild? Voor deze bewustwording mag gebruik gemaakt worden van hulpmaterialen zoals balkjes.

5. Halster omdoen

  • Laat zien dat je paard vrijwillig het halster aanneemt. Het paard komt zelf naar de trainer toe gelopen. Het paard beweegt zijn hoofd niet om het halster te ontwijken.

6. Hoeven geven

  • Het paard staat los (niet aangebonden of vastgehouden). Er mag gebruikt gemaakt worden van een mat of een target of een andere trainingsopzet, waardoor het voorspelbaar is voor het paard wat er getraind gaat worden.
  • Verplichte toelichting: Vertel kort wat jij belangrijk vindt bij het aanleren van het voeten geven bij jouw paard. Waar ligt jouw focus?

7. Vrije oefening

  • Omschrijf je vrije oefening in een uitgewerkt trainingsplan (mail deze mee met je filmpje).
    Wat is je einddoel? Welke beloningen ga je gebruiken en waarom? Wat wordt je cue en waarom is dit een handige cue? Wat zijn de criteria (mentaal en/of fysiek)? Wat zijn je trainingsstappen?
  • De oefening is helemaal vrij te kiezen, van apporteren, een bal duwen tot slalom… Up to you! Denk niet te ingewikkeld, het mag voortvloeien uit de voorgaande basics.
  • De oefening uitvoeren met fun en ontspanning staat centraal, we willen zien dat jullie je amuseren!

Let op!

Stuur eerst je filmpje in voor CS3 en wacht op de feedback. Als je de feedback die je op CS3 hebt gekregen niet verwerkt, behaal je CS4 niet.

Beoordeling

Inleveren van een filmpje van max. 8 minuten waarop de oefeningen te zien zijn, volgens de criteria. De video mag gemonteerd zijn–knip overbodige stukken er uit (en voorkom zo irritatie bij je beoordelaars ;-)). De basics willen we in max. 2 aparte stukken zien. De voeten willen we in één stuk zien. Het halsteren mag gemonteerd zijn.

 

Voorbeelden

Assessmentformulier

    Alle velden zijn verplicht!