Omschrijving

In de ClickerSkilled-leerlijn staan niet zozeer de oefeningen centraal, maar wel de ontwikkeling van de trainer met verschillende oefeningen. De trainer wordt beoordeeld op de progressie in de criteria van oefeningen die op dat moment voor het paard en de trainer geschikt en mogelijk zijn. Dit betekent dat de invulling van de oefeningen dus vooral door de student/trainer zelf bepaald worden (met uitzondering van de absolute basisoefeningen in ClickerSkilled 2 en 3), en dat de ontwikkeling in het opbouwen van duur, afstand, timing, helderheid van de cues, stimuluscontrole enz. daarin centraal staan.
Het zijn de trainingsvaardigheden van de trainer die belangrijk zijn, niet de uitvoering van de oefening door het paard.

Helemaal onderaan deze pagina vind je het assessmentformulier.
Hier betaal je voor de assessment.
Doe dat eerst! Je hebt je bestelnummer nodig vóór je je assessmentformulier kan verzenden.

Doel

Deze clickerbadge gaat over verschillende cues en hoe goed ze op stimuluscontrole staan. We hebben voor deze badge vier soorten cues gekozen, die het meest algemeen gekend en gebruikt worden. Kies er 2 uit stemcue, gebarencue, of object-cue (eentje van deze drie hoeft dus niet). Laat ook een tactiele cue zien (NIET de heup- of schoudertarget die je in CS5 hebt laten zien).
We vragen je om van elke door jou gekozen soort cue, minimaal 2 verschillende varianten te laten zien, want alleen op die manier wordt duidelijk hoe goed de cue gekend is door je paard. Zorg er ook voor dat je zo zuiver mogelijk werkt en er geen verwarring kan ontstaan.  

Uiteraard is het van de cue afhankelijk welke varianten je kiest om te laten zien; bedenk dus goed met welke twee varianten je het best in beeld kan brengen dat je cue echt werkt zoals het hoort. Denk goed na over de opzet, zodat goed duidelijk wordt dat de cue de belangrijkste cue is in het geheel van alle cues uit de omgeving. We hebben hieronder een aantal voorbeelden gegeven, maar wees ook zelf creatief in het bedenken hiervan. We horen graag in je reflectie waarom je deze twee cues met deze twee varianten gekozen hebt.

Verder komt natuurlijk je eerste vrije oefening weer terug (nu uiteraard spectaculair vooruitgegaan!), en we willen nu ook graag een tweede vrije oefening zien. We willen dus in totaal 8 oefeningen zien: 2 keer een cue-oefening in 2 variaties + 1 keer een tactiele cue in 2 variaties + 2 vrije oefeningen.
Succes!

Criteria

  • De trainer zorgt voor rust, waarbij het paard de oefeningen ontspannen kan uitvoeren.  
  • Het paard neemt de beloning rustig aan
  • Elke basisoefening heeft een duidelijk onderscheidende cue en het paard begint pas met de oefening als de cue gegeven wordt
  • De trainer laat zien hoe hij/zij de trainingssessie beëindigt waarbij frustratie bij het paard wordt voorkomen (eindsignaal/eindritueel)

Concreet: dit willen we zien:

1. en/of stemcue

Laat een oefening zien die op stemcue staat. Film de stemcue in twee verschillende varianten, waardoor duidelijk wordt dat de stemcue goed begrepen wordt als belangrijke factor in het geheel van cues 

Je kan bijvoorbeeld uit de onderstaande voorbeelden kiezen, of je eigen varianten bedenken:  
– lukt het ook als je achter je paard staat 
– lukt het ook als je op je paard zit 
– lukt het ook als je je lichaam helemaal stil houdt 
– lukt het ook als je met je rug naar je paard staat

Een paar voorbeelden:
Je vraagt je paard naar je toe te lopen. Je staat recht tegenover je paard, op vijf
meter afstand vraag je je paard om halt te houden op stemcue.
Eventuele varianten:
– Je zit op je paard, zonder een tactiele cue en alleen op stem vraag jij je paard halt te houden.
– Je stuurt je paard in een rechte lijn vooruit, je staat recht achter je paard en vraagt je paard op stemcue halt te houden.
– etc etc

2.  en/of gebarencue

Laat een oefening zien die op een gebarencue staat. Film de gebarencue in twee verschillende varianten, waardoor duidelijk wordt dat de gebaren cue goed begrepen wordt als belangrijke factor in het geheel van cues. 

Je kan bijvoorbeeld uit de onderstaande voorbeelden kiezen, of je eigen varianten bedenken:  
lukt het ook als je zit 
– lukt het ook op een andere locatie 
– als je cue gewoonlijk uit een combinatie van gebaar en woord bestaat, lukt de oefening dan ook alleen op je gebaar? 
– lukt het ook als er een andere aantrekkelijke target in de buurt staat
– etc etc
 

3. en/of objectcue

Door het inzetten van object-cue weet het paard op voorhand al wat de oefening is. Laat een oefening zien die op een objectcue staat, waardoor duidelijk wordt dat de object cue goed begrepen wordt als groen licht-cue, en als belangrijke factor in het geheel van cues.  Film het object en de groen licht-cue op 2 verschillende manieren.

Wat kan allemaal als object dienen?
– bal (na het geven van het groene licht gaat je paard tegen de bal schoppen)
– tandenstandaard (je paard weet dat hij zijn hoofd erop moet leggen en de tanden op elkaar moet houden)
– hoefstandaard, je paard weet dat zijn hoef gedaan gaat worden.
– etc etc

Je kan bijvoorbeeld uit de onderstaande voorbeelden kiezen, of je eigen varianten bedenken:  
– reageert je paard ook als er nog meer objecten aanwezig zijn die erop lijken 
– voert je paard de oefening ook uit als iemand anders het vraagt? (dierenarts/hoefsmid/stalgenoot)
– etc etc

4. Tactiele cue

Laat een oefening zien die op een tactiele cue staat, waardoor duidelijk wordt dat de tactiele cue goed begrepen wordt als belangrijke factor in het geheel van cues.

Laat deze cue zien op twee heel verschillende locaties.
Je kan bijvoorbeeld uit de onderstaande voorbeelden kiezen, of je eigen varianten bedenken:  

– reageert jouw paard ook op het gras 
– reageert je paard ook op een vreemde locatie
– etc etc

5. Vrije oefening

We willen in je vrije oefening bijkomende criteria beginnen zien zoals duur, afwerking, precisie, tempo, en/of een andere mentale of fysieke prestatiedrempel. 
De trainer is in staat het trainingsplan van de vrije oefening waar nodig aan te passen. De trainer kan het einddoel en de gemaakte aanpassingen onderbouwen.

6. Tweede vrije oefening

Laat een tweede (andere) vrije oefening zien die in draf wordt uitgevoerd.

7. Reflectie

a/ Schrijf een eerste korte evaluatie over één van de bovenstaande cue-oefeningen (stemcue, gebarencue, of object-cue) waarin je beschrijft hoe het trainingsproces is verlopen.
Hoe heb je getest hoe goed de oefening op cue staat? Benoem ook waarom je juist deze twee varianten per cue hebt gekozen. 
We willen ook graag lezen wat voor jou de criteria zijn van ‘goed uitgevoerd gedrag’ (denk daarbij zowel aan de kwaliteit van de oefening  en hoe vloeiend de oefening loopt).
Waar wil je met deze oefening heen op lange termijn?

b/ Schrijf een tweede korte evaluatie over je tactiele cue. Hoe heb je de eerste reactie aangeleerd, geshaped, en/of welke antecedent arrangement heb je gebruikt?
Waar wil je met deze oefening heen op lange termijn? 

c/ Beschrijf hoe het gaat met je eerste vrije oefening, en vertel ons waar je heen wil met je tweede vrije oefening + het stappenplan.

Let op!

Stuur eerst je filmpje in voor CS5 en wacht op de feedback. Als je de feedback die je op CS5 hebt gekregen niet verwerkt, behaal je CS6 niet.

Beoordeling

Inleveren van een filmpje van max. 10 minuten waarop de oefeningen te zien zijn, volgens de criteria. De video mag gemonteerd zijn: knip overbodige stukken er uit (en voorkom zo irritatie bij je beoordelaars ;-)). Weet wel dat als je de dingen vloeiend na elkaar kan laten zien, dat altijd een betere indruk geeft. Oefeningen die bij elkaar horen willen we zowiezo wel ongeknipt na elkaar zien.

 

Voorbeelden

Assessmentformulier

    Alle velden zijn verplicht!