Omschrijving

In de ClickerSkilled-leerlijn staan niet zozeer de oefeningen centraal, maar wel de ontwikkeling van de trainer met verschillende oefeningen. De trainer wordt beoordeeld op de progressie in de criteria van oefeningen die op dat moment voor het paard en de trainer geschikt en mogelijk zijn. Dit betekent dat de invulling van de oefeningen dus vooral door de student/trainer zelf bepaald worden (met uitzondering van de absolute basisoefeningen in ClickerSkilled 2 en 3), en dat de ontwikkeling in het opbouwen van duur, afstand, timing, helderheid van de cues, stimuluscontrole enz. daarin centraal staan.
Het zijn de trainingsvaardigheden van de trainer die belangrijk zijn, niet de uitvoering van de oefening door het paard.

Helemaal onderaan deze pagina vind je het assessmentformulier.
Hier betaal je voor de assessment.
Doe dat eerst! Je hebt je bestelnummer nodig vóór je je assessmentformulier kan verzenden.

Doel

Kan je paard eventjes naast je staan wachten zonder hoteldebotel te worden, een paar passen alleen achterwaarts gaan, heel eventjes op of aan een stationary target blijven staan (mat of staande target) en vandaar naar een target op de grond gaan (bvb een kegeltje) om die aan te raken? Voor clickerskilled 3 kijken we vooral naar de ontspanning van je paard.
Ook de andere basisoefeningen waar je aan gewerkt hebt bij Clickerskilled 2 blijven van belang en zijn voor deze badge al beter afgewerkt: rustig voer aannemen, targetten en volgen. Bij sommige basisoefeningen komt ook al een beetje duur om de hoek kijken.

Voor het trainen van achterwaarts en de stationary target mag de trainer gebruikmaken van trainingsmaterialen (bijv. balkjes). De keuze in matgrootte of -materiaal, soort stationary target, soort grondtarget staat vrij.

Criteria

  • Leg uit bij de opmerkingen helemaal onderaan het assessmentformulier waarom er is gekozen voor het trainen op de betreffende locatie (bijv. binnenbak, poetsplek etc.) en hoe dit bijdraagt aan het creëren van een succesvolle en veilige leeromgeving
  • De trainer zorgt voor rust, waarbij het paard de oefeningen ontspannen kan uitvoeren.  
  • De trainer reikt de beloning met gestrekte arm aan en het paard neemt deze rustig aan
  • Elke basisoefening heeft een duidelijk onderscheidende cue en het paard begint pas met de oefening als de cue gegeven wordt
  • De trainer laat zien hoe hij/zij de trainingssessie beëindigt waarbij frustratie bij het paard wordt voorkomen (eindsignaal/eindritueel)

Concreet: dit willen we zien:

1. Targetten

  • De trainer staat naast het paard op een zo veel mogelijk vaste positie en houdt de target (hand, targetstick, of wat dan ook) op drie verschillende plekken die minimaal een halve meter van elkaar vandaan zijn.  Het paard raakt de target vlot met z’n neus aan, waar ook de target heengaat.

2. Volgen

  • De trainer komt in beweging en laat zien dat het paard in stap 5 passen ontspannen volgt. (N.b. één pas is één herhaling van de bewegingscyclus binnen de gang, ttz 2 voorvoeten zijn in beweging gekomen = 10 stappen)
  • Het paard blijft in dezelfde positie t.o.v. de trainer lopen.
  • De target mag nog zichtbaar zijn maar moet reeds als cue vervaagd zijn, ttz het paard volgt de trainer, maar niet de target.

3. Wachten

  • Trainer en paard komen tot stilstand, waarbij het paard niet voorbij de trainer loopt maar ontspannen blijft staan, naast de trainer.
    Eventueel herstelt het paard zich na het halthouden tot hij op de juiste plaats staat.
    Wachten is een pittige oefening en de eerste ketting die je opbouwt (er gaan er nog veel volgen!), ttz het is een opeenvolging van vertrekken, volgen, halthouden op de (ongeveer) juiste plaats en dan kunnen wachten tot de click.
  • Het paard is in staat om naast de trainer rustig, gedurende 3 seconden, te wachten tot de klik.

Dit in beweging komen waarbij het paard rustig volgt, rustig tot stilstand komt en eventjes kan wachten wordt 3x herhaald.

4. Achterwaarts

  • Het paard kan ontspannen 1 à 2 passen achterwaarts lopen zonder dat de trainer meegaat (= minimaal 2 voorvoeten die naar achter in beweging komen). De trainer mag lichaamstaal gebruiken maar zeer minimaal, ttz wel als cue maar niet als druk. Dit is een freeshapingsoefening, geen negatieve bekrachtigingsoefening.

5. Stationary target

  • Het paard staat min. 2 seconden, met 2 voorvoeten, stil aan of op een station (een vaste plaats om te blijven staan, bv op een mat of aan een staande target).
    Het paard raakt op cue de station aan met zijn neus tot de klik óf gaat op cue met twee hele voorhoeven op de mat staan. De cue mag verduidelijkt worden door de positie van de trainer of gebruik van een target(stick). Het paard blijft 2 seconden bij de station, tot hij de klik hoort.  

6. Grondtarget

  • Het paard gaat vanaf de station naar een target (bvb een kegel op de grond) die 2m verder staat, en raakt die met z’n neus aan.
    De trainer mag nog meelopen met het paard en aanwijzigingen geven.

7. Eindsignaal

  • Het paard krijgt een eindsignaal (naar keuze) en een beetje extra voer, zodat de trainingssessie zonder frustratie wordt beëindigd.

Let op!

Stuur eerst je filmpje in voor CS2 en wacht op de feedback. Als je de feedback die je op CS2 hebt gekregen niet verwerkt, behaal je CS3 niet.

Beoordeling

Inleveren van een filmpje van max. 8 minuten waarop de oefeningen te zien zijn, volgens de criteria en ongeknipt achter elkaar.
Het wachten na meelopen is drie keer na elkaar te zien. De andere oefeningen hoeven niet meerdere keren te worden getoond. 

 

Voorbeelden

Assessmentformulier

    Alle velden zijn verplicht!